22.2 Aanvragen indienen voor attestprocessen voor gebruikersprofielen

Met de actie Aanvragen indienen voor attestprocessen voor gebruikersprofielen kunt u een attestproces starten om een of meer gebruikersprofielen te controleren. Met deze actie kunt u ook de details die zijn gerelateerd aan een attestaanvraag (zoals de waarden van de parameters en de formulieren) opslaan als een ingevuld formulier voor latere aanvragen.

Ga als volgt te werk als u een attestproces voor een gebruikersprofiel wilt starten:

  1. Klik op Aanvragen indienen voor attestprocessen voor gebruikersprofielen in de lijst met acties voor Attestaanvragen.

    De Gebruikerstoepassing geeft een pagina weer waar u de details voor het attestproces kunt opgeven.

  2. Als u de details van een eerder opgeslagen aanvraag wilt gebruiken als basis voor deze aanvraag, klikt u op Een opgeslagen aanvraag gebruiken. Zie Sectie 21.6.7, Een opgeslagen aanvraag gebruiken voor meer informatie.

  3. Geef de weergavelabel en beschrijving voor de aanvraag op. Zie Sectie 21.6.1, De label en beschrijving voor een aanvraag opgeven voor meer informatie.

  4. Selecteer in het vak Gebruikers de gebruikers van wie u de profielen wilt controleren:

    1. Als u een of meer gebruikers nadrukkelijk wilt opnemen, selecteert u Gebruiker in de vervolgkeuzelijst.

      Gebruik de Objectselector om de gebruikers te selecteren. U kunt met de Objectselector meerdere gebruikers selecteren door op de bijbehorende selectievakjes te klikken en op Selecteren te klikken.

      Zie Sectie 1.5.2, Gemeenschappelijke gebruikersacties voor meer informatie over de Objectselector.

    2. Als u de gebruikers in een of meer groepen wilt opnemen, selecteert u Groep in de vervolgkeuzelijst.

      Gebruik de Objectselector om de groepen te selecteren. U kunt met de Objectselector meerdere groepen selecteren door op de bijbehorende selectievakjes te klikken en op Selecteren te klikken.

    3. Als u de gebruikers in een of meer rollen wilt opnemen, selecteert u Rol in de vervolgkeuzelijst.

      Gebruik de Objectselector om de rollen te selecteren. U kunt met de Objectselector meerdere rollen selecteren door op de bijbehorende selectievakjes te klikken en op Selecteren te klikken.

    4. Als u gebruikers wilt opnemen in een container, klikt u op Container in de vervolgkeuzelijst.

      Gebruik de Objectselector om in te zoomen naar de gewenste container en klik op die container om deze te selecteren.

      Als u wilt dat het rapport met gebruikerstoewijzing alle gebruikers in de geselecteerde subcontainer bevat, moet u het selectievakje Alle gebruikers van subcontainers opnemen onder aan de lijst met geselecteerde items inschakelen. Het selectievakje Alle gebruikers van subcontainers opnemen wordt alleen weergegeven als Container is geselecteerd in de vervolgkeuzelijst. U kunt de instelling Alle gebruikers van subcontainers opnemen echter wijzigen zonder dat u een van de eerder geselecteerde containers hoeft te verwijderen of toe te voegen.

      U moet ten minste één gebruiker, groep, rol of container selecteren om het attestproces te starten. U hoeft echter geen gebruiker, groep, rol of container te selecteren om een aanvraag op te slaan.

  5. In het veld Attesters heeft de tekst het kenmerk alleen-lezen. In een attestproces van een gebruikersprofiel zijn de attesters de gebruikers die zijn geselecteerd in het veld Gebruikers, plus alle leden van groepen, rollen en containers die u hebt toegevoegd in het veld Gebruikers. Dit is omdat elke gebruiker attester moet zijn voor zijn of haar eigen profiel. Geen andere gebruiker kan attester zijn.

  6. Geef de deadline voor het attestproces op. Zie Sectie 21.6.3, Geef de deadline op voor meer informatie.

  7. Geef de details van het attestformulier op. Zie Sectie 21.6.4, Het attestformulier opgeven voor meer informatie.

  8. Dien de aanvraag in. Zie Sectie 21.6.5, Een attestaanvraag indienen voor meer informatie.

  9. U kunt ook op Aanvraaggegevens opslaan klikken om de details die gerelateerd zijn aan een attestprocesaanvraag (zoals waarden van parameters en het formulier) op te slaan zodat u ze later kunt gebruiken. Zie Sectie 21.6.6, Details van de aanvraag opslaan voor meer informatie.