9.2 Een gebruiker maken

Als u een gebruiker maakt, worden in de identiteitstoepassingen alleen de attributen weergegeven die zijn geconfigureerd als doorzoekbaar en leesbaar in de Directory Abstraction Layer (DAL). Raadpleeg Attribuuteigenschappen in de NetIQ Identity Manager - Beheerdershandleiding voor het ontwerpen van identiteitstoepassingen voor meer informatie. Gebruikersattributen die in de DAL worden toegevoegd als isSearchable en isReadable en zijn ingesteld op Waar, worden in het formulier Gebruiker maken in het dashboard weergegeven. Andere attributen die worden toegevoegd met isSearchable en isReadable en die zijn ingesteld op Niet waar, kunnen niet worden toegevoegd of weergegeven op de pagina van het formulier Gebruiker maken.

9.2.1 Een gebruiker maken in het dashboard

Als u een gebruiker wilt maken, selecteert u het volgende in het dashboard:

Mensen > Gebruikers > +

De identiteitsbeheerder definieert de waarden die u voor de gebruiker kunt opgeven. Bovendien kunt u tijdens het maken van de gebruiker de container van de gebruiker wel zien, maar de waarde daarvan niet aanpassen. Door deze beperking wordt ervoor gezorgd dat alle gebruikers in dezelfde container worden opgeslagen.

Raadpleeg de Help op het dashboard voor meer informatie.

9.2.2 Een gebruiker maken in de Gebruikerstoepassing

  1. Klik op het tabblad Identiteit-zelfbediening op Gebruiker of groep maken in het menu (onder Directorybeheer, indien weergegeven).

    Het scherm Een object selecteren om te maken wordt weergegeven.

  2. Selecteer Gebruiker in de vervolgkeuzelijst Type object en klik op Doorgaan.

    Het scherm Gebruiker - Attributen instellen wordt weergegeven.

  3. Geef waarden op voor de volgende verplichte attributen:

    Attribuut

    Op te geven waarde

    Gebruikers-ID

    De gebruikersnaam van de nieuwe gebruiker.

    Container

    Een organisatie-eenheid in de opslagplaats voor id's waarin u de nieuwe gebruiker wilt opslaan (bijvoorbeeld een OE met de naam 'gebruikers'). Bijvoorbeeld:

    ou=users,ou=MyUnit,o=MyOrg

    Zie Sectie 9.4, Werken met de wijzigingsknoppen in de Gebruikerstoepassing voor meer informatie over het gebruik van de knoppen waarmee u een container kunt opgeven.

    U wordt niet gevraagd een container op te geven als de systeembeheerder het maken van een container standaard heeft ingesteld voor dit type object.

    Voornaam

    Voornaam van de gebruiker.

    Achternaam

    Achternaam van de gebruiker.

  4. Geef optionele gegevens op over deze nieuwe gebruiker, zoals Titel, Afdeling, Regio, E-mail, Manager of Telefoonnummer.

    Zie Sectie 9.2, Een gebruiker maken voor meer informatie over het gebruik van de knoppen waarmee u waarden voor specifieke attributen kunt opgeven.

  5. Klik op Doorgaan.

    Het scherm Wachtwoord maken wordt weergegeven.

    Als voor de doelcontainer een wachtwoordbeleid van kracht is, kunt u in dit scherm lezen aan welke eisen een geldig wachtwoord moet voldoen. Het wachtwoord wordt tevens gecontroleerd aan de hand van dit beleid.

  6. Typ een wachtwoord voor de nieuwe gebruiker in de tekstvakken Wachtwoord en Wachtwoord bevestigen en klik op Doorgaan.

    Hierdoor wordt het initiële wachtwoord van de nieuwe gebruiker ingesteld. Wanneer deze gebruiker zich de eerste keer aanmeldt, vraagt de Identity Manager-gebruikerstoepassing de gebruiker om zijn/haar wachtwoord te wijzigen.

    Als de gebruiker en het wachtwoord zijn gemaakt, wordt het resultaat weergegeven in het scherm Beoordelen.

    Het scherm Beoordelen heeft optionele koppelingen die handig voor u kunnen zijn.

    • Klik op de naam van de nieuwe gebruiker om de profielpagina met gegevens voor deze gebruiker weer te geven. Op de profielpagina kunt u de gegevens van de gebruiker bewerken, wijzigen of de gebruiker verwijderen.

    • Klik op Nog een maken om terug te keren naar het beginscherm van de pagina Gebruiker of groep maken.